Dakisolatie met afschot zorgt ervoor dat regenwater van een plat dak wegstroomt in plaats van blijft staan. De isolatieplaten hebben een verloop in de dikte, waardoor het dakoppervlak een lichte helling krijgt richting de afvoer. Zonder dat verloop ontstaan waterplassen, en die zijn op termijn funest voor de dakbedekking.
Afschotisolatie is dus geen luxe. Op een volledig vlak dak blijft water staan, en stilstaand water tast de dakbedekking sneller aan, verhoogt het risico op lekkage en kan in de winter voor vorstschade zorgen. Afschot is op de meeste platte daken dan ook de norm.
Hoe dakisolatie afschot precies werkt
Een afschotplaat heeft twee zijden met een verschillende dikte. De dunste kant begint bijvoorbeeld op 30 mm en de dikste kant loopt op naar 80 mm, over een lengte van een meter of twee. Door meerdere van deze platen naast elkaar te leggen in dezelfde richting, ontstaat een geleidelijke helling over het hele dak. Water stroomt dan vanzelf naar het laagste punt, waar de dakafvoer zit.
Het benodigde afschot voor een plat dak bedraagt minimaal 1:100, wat neerkomt op 1 cm hoogteverschil per meter daklengte. In de praktijk wordt vaak gekozen voor 1:50 of zelfs 1:40, zodat er een marge is en water écht wegloopt, ook als de dakconstructie licht doorbuigt over de jaren.
Bij grotere daken wordt het afschotsysteem ingewikkelder. Dan wordt er gewerkt met een visgraatpatroon of een waaiervorm, waarbij meerdere afvoerpunten worden aangehouden. De platen worden dan in verschillende richtingen gelegd, vaak aangevuld met zogenoemde kilovoegen of aansluitstroken op de plaatsen waar de richtingen samenkomen.
PIR als meest gebruikte materiaal voor afschotplaten
Afschotplaten worden vrijwel altijd gemaakt van PIR (polyisocyanuraat). Dat is dezelfde isolatieplaat die veel op platte daken wordt gebruikt, maar dan in een taps toelopende vorm gesneden. PIR heeft een hoge isolatiewaarde per centimeter dikte, is drukvast en neemt nauwelijks vocht op. Dat laatste is vooral handig op een plek waar altijd water over de plaat heen stroomt.
Omdat de plaatdikte varieert, varieert ook de isolatiewaarde over het dak. Op het dunste punt isoleert de plaat minder goed dan op het dikste punt. Dat is een punt om rekening mee te houden bij de berekening van de totale Rc-waarde van het dak. In de praktijk wordt de minimale plaatdikte afgestemd op de gewenste Rc-waarde, en de dikte aan de andere kant volgt uit het benodigde afschot.
Wanneer kies je voor afschotisolatie in plaats van een ander systeem?
Er zijn twee manieren om afschot te creëren op een plat dak: met de dakconstructie zelf (structureel afschot) of met afschotplaten bovenop een vlakke constructie. Structureel afschot bouw je in bij nieuwbouw, waarbij de gordingen of de betonsteen al op een hellend vlak worden aangebracht. Dat is bij renovatie van een bestaand dak vrijwel nooit een optie.
Bij een bestaand plat dak zonder voldoende afschot is isolatie met een verlopende plaat de meest praktische oplossing. Je legt de afschotplaten direct op het bestaande dakschot of op de bestaande isolatie, afhankelijk van hoe het dak is opgebouwd. Daarna komt de dakbedekking eroverheen. Je hebt geen ingrijpende aanpassingen aan de constructie nodig.
Kies je voor afschotplaten? Dan is het verstandig om eerst te bepalen waar de afvoer zit en welk patroon het meest logisch is. Een dakdekker of adviseur kan een afschotplan tekenen waarop staat welke plaat op welke plek komt, met de bijbehorende diktes. Dat voorkomt dat je halverwege merkt dat de platen niet passen of dat het water de verkeerde kant op loopt.
Kosten en valkuilen
Afschotplaten zijn duurder dan gewone, rechte isolatieplaten van dezelfde materiaalsoort. Dat komt door de precisie waarmee ze worden gesneden en omdat je voor elk dak een maatwerk-indeling nodig hebt. De meerkosten zijn moeilijk los te geven zonder het specifieke project te kennen, maar reken op een merkbare opslag vergeleken met standaard PIR-platen van gelijke gemiddelde dikte.
Een veelgemaakte fout is rekenen met te weinig afschot. Wie kiest voor precies 1:100 vergeet dat een platte dakconstructie in de praktijk licht doorhangt, zeker bij grotere overspanningen. Het resultaat is dat het afschot op papier klopt maar in werkelijkheid net niet voldoende is. Ga daarom iets ruimer zitten, zeker als de spanwijdte groot is.
Een andere valkuil is het niet aansluiten van de platen op de randdetails. Op de overgang naar de dakrand of het attieksteen moet het afschot goed doorlopen. Blijft er een laag punt achter de rand liggen, dan loop je water alsnog op dat punt op.
Controleer ook de positie van de dakafvoer voordat je begint. Een afvoer die niet op het laagste punt van het dak zit, maakt een goed afschotsysteem onmogelijk zonder extra aanpassingen. In dat geval is het soms zinvoller om eerst de afvoer te verplaatsen en daarna pas de isolatie aan te brengen.
Afschotplaten voor dakisolatie zijn een beproefd en effectief middel om wateroverlast op een plat dak te voorkomen. Ze combineren isolatie en waterafvoer in één laag, wat het systeem op de meeste renovatieprojecten aantrekkelijk maakt. Let bij de keuze op het minimale afschot, de positie van de afvoer en de plaatdikte op het dunste punt, want die bepaalt in grote mate de uiteindelijke isolatieprestatie van het dak.

