De binnenkant van een dakkapel afwerken begint zodra de dakkapel wind- en waterdicht is gemonteerd. Standaard worden aan de binnenkant de zijwanden (de zogenoemde wangen) en het plafond bekleed met gipsplaten, waarna je de binnenkant kunt sauzen, betegelen of anderszins afwerken net als een gewone kamer.
Wat je precies zelf kunt doen en wat je beter aan een vakman overlaat, hangt sterk af van je eigen vaardigheden en de staat van de constructie. Hieronder vind je een helder overzicht van de gebruikelijke stappen.
Wat zit er achter de binnenkant van een dakkapel?
Voordat je begint met afwerken, is het goed om te weten wat er achter de wanden zit. De dakkapel heeft aan de binnenkant een houten of stalen frame. Daartussen zit isolatiemateriaal, meestal minerale wol of PIR-plaat. Daar overheen komen de gipsplaten. Gipsplaten zijn het meest gebruikte materiaal omdat ze makkelijk te bewerken, te sausen en te betegelen zijn.
Bij een dakkapel met een plat dak heb je drie vlakken om af te werken: het plafond (de onderkant van het platte dak), de twee zijwangen en de voorzijde met het raamkozijn. De vloer van de dakkapel is doorgaans al aanwezig als deel van de bestaande verdiepingsvloer.
Stap voor stap: de binnenkant van een dakkapel afwerken
Stap 1: controleer isolatie en dampscherm. Zorg dat de isolatie volledig en zonder kieren is aangebracht. Een dampopen of dampdichte folie (afhankelijk van het type isolatie) hoort aan de warme kant, dus aan de binnenzijde van de isolatie. Missende folie leidt tot condensatie in de constructie, schimmel en vochtproblemen later.
Stap 2: gipsplaten bevestigen. Gipsplaten worden geschroefd op het frame van de dakkapel. Gebruik voor vochtige plekken (zoals bij een dakkapel in een badkamer) groene, vochtbestendige gipsplaten. Zorg dat de platen goed aansluiten op elkaar en op de bestaande muren. Gebruik een waterpas om te controleren of alles vlak zit.
Stap 3: naden afwerken. De naden tussen de gipsplaten worden gevuld met voegvuller (gipsmortels of daarvoor bedoeld kant-en-klaar product) en versterkt met wapeningsband. Dit voorkomt scheurvorming. Daarna schuur je de naden glad als de vulling droog is.
Stap 4: schilderen of plamuren. Na het voegen kun je de wanden en het plafond aflakken met muurverf of wandverf. Wil je een gladde muur? Breng dan eerst een laag pleister of gipsplamuur aan. Dat geeft een egaal, glad oppervlak dat goed te sausen is.
Stap 5: aftimmeren bij raam en wanden. De overgang van de dakkapel naar de bestaande muur en het kozijn vraagt om aftimmering. Dat zijn de lijsten en afwerkhoeken die je de nette, strakke look geven. Gebruik hoeklijnstaf of aftimmerlijsten die je aansluit op het bestaande interieur.
Stap 6: vloer afwerken. Als de dakkapel de vloer vergroot of de bestaande vloer niet gelijk doorloopt, leg dan een nieuwe laag OSB-plaat of multiplexplaat als ondervloer. Daarna leg je het gewenste vloermateriaal, passend bij de rest van de kamer.
Dakkapel binnenkant: zelf doen of uitbesteden?
Gipsplaten schroeven en voegen is voor een doe-het-zelver goed te doen, maar vergt oefening voor een echt strak resultaat. Veel mensen sauzen en schilderen zelf, maar huren een stukadoor in voor het glad afwerken van de wanden. De isolatie en dampfolie zijn technisch het meest kritiek: fouten daarin zie je niet meteen, maar leiden op termijn tot vochtproblemen die duur zijn om te herstellen. Laat dit bij twijfel controleren of uitvoeren door de aannemer die de dakkapel heeft geplaatst.
Uitbesteden heeft ook een nadeel: vakmannen voor stucwerk en schilderwerk zijn in 2025 druk bezet en wachttijden van enkele weken tot maanden zijn geen uitzondering. Plan dit vroegtijdig in.
Veelgemaakte fouten bij de afwerking
- Gipsplaten bevestigen zonder te controleren of de isolatie volledig dicht zit.
- Gewone gipsplaten gebruiken in een vochtige ruimte, zoals boven een badkamer.
- Te snel verven voordat de voegvuller volledig droog is, wat leidt tot blaasvorming.
- Aftimmerlijsten niet aansluiten op de bestaande lijsten in de kamer, waardoor het er niet als één geheel uitziet.
- Vergeten een elektricien in te plannen vóór het plaatsen van de gipsplaten, zodat leidingen nog weggewerkt kunnen worden.
Vraag bij twijfel altijd even na bij de leverancier of plaatser van de dakkapel wat zij al hebben gedaan en wat er van jou verwacht wordt. Zo voorkom je dat je wanden dichtschroeft terwijl er nog een leidingwerk of snoer door moet. Een korte afstemming vooraf spaart veel gedoe achteraf.

